U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

CD

 

Wilt u  deze cd van ons koor kopen dan kan dat door: € 13,50 over te maken op rekeningnummer

NL 43 RABO 0316 8769 41.
Vergeet niet uw naam, adres en postcode te vermelden.
U krijgt vervolgens de cd thuis bezorgt.

We zijn op zoek naar accordeonisten.  

LEGENDE VAN DE VLIEGENDE HOLLANDER

De schepen van de Oost-Indische Compagnie moesten een bepaalde route volgen van Amsterdam naar Batavia en terug. Door deze route aan te houden hadden ze de meeste kans om een ander schip te ontmoeten wanneer ze in volle zee met averij te kampen hadden. Men noemde dat 'het veilig wagenspoor'.

Schipper Barend Fockesz echter, kapitein van het adviesjacht 'De Kroonvogel', hield zich daar niet aan. Om korte reizen te maken ging hij buiten spoor. Terwijl de logge, zwaar beladen Oost-Indiëvaarders acht tot twaalf maanden over de reis deden, volbracht Barend die in zes maanden. Nog vond hij dat de reis te lang duurde, maar hij begreep dat hij alleen met behulp van de duivel sneller kon zeilen.

Eens was de duivel bij hem te gast, midden op zee, ten westen van kaap De Goede Hoop. Een kleine sloep werd in de nacht naar 'De Kroonvogel' geroeid en een man, in effen zwart gekleed, kwam aan boord. Niemand bemerkte het, want allen sliepen: de roerganger, gebogen over het grote rad, de matroos die de wacht had in het kraaiennest en de stuurman op de brug. Alleen Barend Fockesz sliep niet, hij wachtte.

De deur van de kajuit ging langzaam open en de duivel trad binnen. "Je hebt mij geroepen, Barend Fockesz", vroeg hij. "Ja" zei Barend, "ik wil nog kortere reizen maken." "Dan moet je altijd met volle zeilen varen", sprak de duivel. Barend keek verbaasd en vroeg "Maar wat als de tuigage in de storm overboord slaat?" "Zet ijzeren stangen aan het want, dan slaan de ra's niet overboord. Hol de masten uit en giet vloeibaar lood in het binnenste, dan knappen ze niet," antwoordde de duivel. "Dan wordt het schip te zwaar, veel te zwaar," zei Barend. Maar de duivel lachte en zei "O nee, met mijn hulp zal het over riffen en klippen, over ondiepten en zandbanken zeilen. Met tegenwind of met windstilte, altijd zal 'De Kroonvogel' de wind in de zeilen hebben. Eeuwenlang zullen de zeelui nog over je schip spreken en ze zullen het 'De Vliegende Hollander' noemen."

Sindsdien voer 'De Kroonvogel' in nog veel kortere tijd van Amsterdam naar Indië. Drie maanden nadat hij scheep was gegaan stapte Barend Fockesz aan land bij de Waterpoort in Batavia. Men schonk de schipper gouden gedenkpenningen, gouden halsketens en zakken vol Spaanse matten en dubloenen. Zelfs werd op het onbewoonde eilandje Kuiper, voor de haven van Batavia, een standbeeld voor hem opgericht. Barend stond daar in steen uitgehouwen, gekleed in buis en korte broek, zodat elke schepeling die de rede verliet hem kon zien.

Op een van zijn snelle tochten verloor 'De Kroonvogel' zijn stuurman in Straat Soenda. Wellicht sliep de duivel een ogenblik; in elk geval hingen de zeilen slap aan de ra's en kon het schip niet boven het kleine eilandje Slee-Bessie uitkomen. Daarop werd de stuurman zo driftig dat hij bij kris en kras zwoer dat hij niet zou rusten voor hij het vaarwater had verruimd door Slee-Bessie naar Krakatau toe te taliën. Zijn wens werd op slag vervuld. Bij stil weer kan men, door het bruisen van de branding heen, de stuurman horen die druk bezig is het ene eiland naar het andere toe te halen en daarbij zingt, zoals het de gewoonte was bij de zeelui. Sceptische mensen geloven dit verhaal niet. Ze zeggen dat die wonderlijke geluiden die men daar in Straat Soenda hoort, ontstaan door het suizen van de wind in de rotsholen van het eiland Krakatau.

De nieuwe stuurman, die in Amsterdam had gemonsterd, was niet aan het roekeloos varen gewend. De eerste keer dat het schip weer over de klippen zeilde, werd hij bevreesd dat er weldra geen water genoeg onder de kiel zou zijn en hij wilde zich daarvan overtuigen door het uitwerpen van het peillood. Er was echter geen peillood aan boord en daarom nam hij een kanonskogel, maakte die aan een lijn vast en wilde haar uitwerpen, toen Barend hem weerhield en zei "Vertrouw maar op mij en de duivel. Wij varen goed en blijven goed varen," zei hij. Dat klopte, maar tijdens die reis liepen de zeven jaren af en het schip geraakte in de macht van de duivel.

Eeuwig vaart 'De Vliegende Hollander' sindsdien over de zeven zeeën zonder ooit een haven aan te doen. Hij vaart nog altijd met volle zeilen, voor of tegen de wind, en de verschijning van het zwarte schip voorspelt storm en ondergang aan de schepen die hij ontmoet. Menig schip is 's avonds door hem gepraaid en dan ziet men duidelijk de gestalte van de kapitein op de brug. Hij is stokoud en in zijn magere, knokige hand houdt hij een brief met zwarte lakken, die hij wil afgeven aan de kapitein van het schip dat hij aanroept. Het is een brief voor de Heren Zeventien, bewindhebbers van de Vereenigde Oostindische Compagnie te Amsterdam. Maar niemand heeft ooit die brief durven aannemen...